De koning en de kunstenaar
De koning en de kunstenaar
artikel ingediend door Philippe Mingels op 20/10/2010
Eigenlijk had deze blog “De vermeende eerste president van Vlaanderen en zijn gevierde zeer onvlaamse kunstenaars” moeten heten maar dat bekt niet zo goed en in tijden van politieke overkill is teasing belangrijk. Deze titel heeft iets van een sprookje. Sprookjes doen het altijd goed - kinderen groeien er mee op en sommige volwassenen blijven erin geloven – en u bent mijn sterkste argument.
Bart Dewever - de vermeende eerste Vlaamse president, dus… - is bezeten van het begrip “identiteit” en dat geldt ook voor zijn hele NVA-hofhouding, inclusief Siegfried Bracke of zou het die dan toch om iets anders te doen zijn?
Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans klaagde op 11 juli al over een gebrek aan identiteit en Bart de Eerste overgoot laatst nog een overvolle Gentse universiteitsaula royaal met zijn Vlaams-nationalistische inzichten terzake. En met elke nieuwe stap in wat meer en meer op ‘de processie van Echternach’ gaat lijken, klinkt het discours over de verschillende identiteiten van het Waalse en Vlaamse gewest luider. Waarmee gemakshalve in alle talen gezwegen wordt over die klotestad, die zichzelf gewest durft te noemen. Ja, ik heb het over Brussel-Bruxelles!1
Voor de duidelijkheid... ik ben dat NVA-geleuter beu. En ik ben bijzonder opgetogen over de publieke reactie van de honderden Vlaamse kunstenaars die zich evenmin aangesproken voelen door het gareel waarin Bart I zijn Vlaamsche schare wil leiden. Ik ben trots op mijn taal en betrokken op mijn verleden en heden. Maar ik weiger om me te laten opsluiten in een verhaal dat geen grond heeft en nog minder een toekomst. Ik ben een kind van de Schreve2 – wie zal dat niet zijn in de Vlaamsche republiek? - en ik zie elke dag hoe die Vlaams-nationalistische visie onze opvoeding bepaalt, onze focus afleidt, onze blik verengt en - veel erger nog - tot uitsluiting leidt van Vlamingen én niet-Vlamingen. Wist u dat niet-Vlaamssprekende jonge Menenaars vandaag per definitie uitgesloten worden van een Vlaamse biomonitoring, terwijl die gasten in het centrum van de stad én de belangrijkste onderzoekszone wonen? De kans is bijzonder reëel dat die uitsluiting het resultaat van het onderzoek zodanig zal beïnvloeden dat de algemene gezondheidstoestand niet correct kan worden geïnterpreteerd.3
Jan Peumans koos er een raar moment uit om te klagen over een gebrek aan identiteit. Of zou het kunnen dat de kiem van zijn klacht wijst op het feit dat de NVA een loopje neemt met de geschiedenis en dat die Vlaming toch ergens aanvoelt dat er iets – en wellicht meer – niet klopt aan dat verhaal? Een vreemde publieke aanklacht trouwens voor een ras-Limburger-Wereldburger4, die zich op geen enkele manier kan beroepen op een historisch aandeel in die opgeklopte winst als gevolg van die middeleeuwse veredelde moddercatch op de Kortrijkse Groeningekouter. De Guldensporenslag is een boeiend historisch verhaal - dat wel - maar dan vooral vanuit een middeleeuws sociaal-economisch perspectief. Ik zou willen dat de NVA daar lessen uit trekt. Als ik het programma van de NVA er vandaag op na lees, bekruipt mij het gevoel dat die zelfverklaarde Liebaards5 bijzonder goed vermomde Leliaarts zijn, die elke vermeende crisis aangrijpen om verworven rechten in te perken en de economisch zwakkeren het gelag te laten betalen. De Conventie van 1302 liet – bij mijn weten - dergelijk bedrog niet toe.
Peumans is een Maaskanter. Hij is in Maastricht geboren. Jan is al jarenlang burgemeester van Riemst en daar zijn blijkbaar weinig klachten over. Tenzij dan allicht de - te verwachten - hinder bij de openbare werken die overal in zijn gemeente in uitvoering zijn. De modale Vlaming is een zeurpiet, nietwaar?
Jan zou – beter dan wie ook – moeten weten dat die Vlaamse identiteit, die hij elke Vlaming in de maag probeert te splitsen, geen steek houdt of zeker niet in één coherent verhaal te gieten is. Wist u trouwens, Jan, dat Arnold V van Loon waarschijnlijk niet geloofde in een Vlaamse overwinning die 11de juli 1302 en daarom verkoos om een ommetje te maken langs zijn vriend Jan II van Brabant. Hij was dus niet op de afspraak, die keer. Ik wil niks ininueren, maar ik kan niet anders dan me afvragen waarom u die 11 juli nodig hebt om het te hebben over identiteit. Waarom pakt u niet uit met Lafelt?6 Dat was bij u in de buurt en ook de data liggen dicht bijeen, ook al zit er dan een dikke 400 jaar tussen. En dat ging om de herschikking van Europa. U bent toch Vlaming én Europeaan, niet?! Of is het omdat de prinsbisschoppelijke troepen – en bij uitbreiding de inwoners van de Goede Dietse Steden Beringen, Bilzen, Borgloon (het vroegere Loon), Bree, Hamont, Hasselt, Herk-de-Stad, Maaseik, Peer, Sint-Truiden, Stokkem en Tongeren zich toen weeral niet hebben geroerd? Neen, ik insinueer niks. Integendeel. Ik heb het trouwens altijd vreemd gevonden dat een Volk of een Staat zijn nationale feestdag linkt aan een (lees: 1) militaire overwinning. Iedereen weet toch dat elke 'vrede', die militair wordt afgedwongen, hoogstens een gewapende vrede is. De wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog wordt toch door prominente historici bekeken als het begin van de Tweede. "Nooit Meer Oorlog...", dat zegt u toch iets, niet? Mooie natie die zijn volk van de ene naar de andere moordpartij sleept.
Vlaams President Bart de Eerste is dan weer een volbloed Brabander7, die zich graag beroept op zijn status als historicus om enerzijds zijn kennis van de klassieken te etaleren8 en anderzijds zijn vermeende volksgenoten een gemeenschappelijk verhaal voor te houden. Zijn broer Bruno is ook een historicus. En die tapt uit een heel ander vaatje. Sommige historici leren uit de geschiedenis, blijkbaar. Maar dit geheel ter zijde.
Jan, als notoir Limburger en grensbewoner zou u toch moeten inzien dat die Vlaams-nationalistische mayonaise niet echt pakt en zelfs in tegenspraak is met uw ervaringen van alledag. De hausse van de NVA heeft er alleszins niks mee te maken. Dat is het resultaat van decennialang zwarte-pieten-doorschuiven en een politiek van cultureel protectionisme en feitelijke afscheiding. U moet zich daar niet over opwinden. U moet dat erkennen en de houding van de Vlamingen in deze respecteren. De ene ‘Vlaming’ is - gelukkig - de andere niet. Dàt is onze rijkdom. Dàt is onze identiteit.
U, 'onze' Vlaams President Bart De We(r)ver en jullie discipelen zijn – dat durf ik toch hopen - iets te laat geboren. In de klassieke tijden was het gebruikelijk dat keizer, veldheer en bourgeois zich liet omringen door kunstenaars allerhande die hun heer en mecenas vermaakten en naar de mond praatten. Niet alleen hun inkomen maar ook hun leven hing er van af. Dat was ook in de middeleeuwen en zelfs in de 19de eeuw het geval. Of vandaag nog dezelfde regels gelden?
Beste Jan, het moet ook U zijn opgevallen dat sinds de tweede helft van de 20ste eeuw de Kunst niet meer in dienst staat van de Staat en de overheersende religie, laat staan de ideologie. En dat 'dwingende maatregelen' niet meer van deze tijd zijn. Alhoewel… moeten we vrezen dat de subsidies in de toekomst het moderne equivalent van de aloude duimschroeven worden? En hoeveel moeite zou het U kosten om voldoende volk bijeen te scharrelen voor een hedendaagse versie van de Vierschaar? De kandidaten staan nu wellicht al in de gangen van Uw paleis te trappelen. Maar onthoud dat dé Vlaamse Cultuur kunstenaars nodig heeft om hedendaagse Vlaamse cultuur te zijn en dat alleen de kunstenaars, die dé Waarheid in vraag durven stellen, Uw Vlaanderen van de toekomst echt van nut zullen zijn.
----
(1) Mijn welgemeende excuses aan alle Brusselaars. Ik moest dit doen! Shockeren en schofferen is in tegenwoordig en ik durf er vanuit gaan dat jullie al teen en tander gewoon zijn - én ook zin voor humor hebben - en dus doorhebben dat ik blij ben dat er iets bestaat als Brussel-Bruxelles. Indien jullie er niet waren, was het sprookje van Bart de Eerste wellicht al realiteit geworden in Vlaanderen.
(2) De Schreve is de grens tussen het Vlaams gewest en Frankrijk. Ze vormt intussen ook een taalgrens. Voor de Vlaams-nationalisten en de stamboekflaminganten die tot hier zouden lezen: dat was ooit anders! En ik hoop dat ik u hiermee niet op ideeën heb gebracht. Ik ben opgegroeid met - zoals dat hier heet - mijn gat op de Schreve. Ik woon ook vlakbij Mouscron en Comines-Warneton. Mijn familieleden, vrienden en kennissen wonen over al die grenzen heen.
Als gevolg van de voorschriften die gelden in het Vlaams onderwijs heeft het weliswaar tot mijn 30e geduurd eer ik het gevoel had dat ik mijn regio een beetje kende. Ik wist Brabo staan in Antwerpen en Jacob van Artevelde in Gent en ik wist zelfs Haspengouw liggen, maar ik was nog nooit eerder in Lille (Rijsel, dus) geweest. En dat ligt hier op amper 15 km! Bedankt Vlaanderen!
(3) Ik ben nauw betrokken op die biomonitoring in Menen. Tijdens die procedure heb ik vooral jongeren bezocht die in het centrum wonen. Dat is de zone waarvan ook aangenomen wordt dat de inwoners het meest te lijden hebben onder de dioxine- en PCB-emissies. In het centrum van Menen wonen heel veel anderstalige gezinnen. Dat is een vrij normaal demografische realiteit die je overal aan de grens ziet. Dikwijls zijn het uitgeweken Fransen, die hun kinderen naar een Franse school in de directe nabijheid - Halluin - blijven sturen en dus helemaal geen Nederlands leren. Voor niet-ingewijden Menen (B) en Halluin (F) vormen letterlijk één aaneengesloten geheel. Hier wonen ook een behoorlijk aantal vluchtelingengezinnen - Menen heeft een Rodekruisopvangcentrum voor politiek vluchtelingen - in die binnenstad. Ze betrekken de slechtste woningen en zijn in de meeste gevallen onvoldoende vertrouwd met de Nederlandse taal om volwaardig aan alle elementan van het onderzoek deel te kunnen nemen. Ze worden bijgevolg systematisch geweerd uit de procedure.
(4) De Limburgse Vlaams-nationalisten scharen zich zonder veel erg achter hun NVA-slogan “Vlaming en Europeaan”, kwestie van de eigen identiteit voldoende te verdoezelen. Is er in Limburg een identiteit of twee verloren gegaan of zou er dan toch zoiets bestaan als een meervormige identiteit? En waarom moet die ontkend worden? Of is er dan toch nog iets blijven hangen van Lafelt?
(5) Een liebaard is oud-nederlands voor luipaard of – zo u wil - leeuw. De Liebaards worden in de populaire geschiedschrijving dikwijls Klauwaerts en meestal ‘Vlamingen’ genoemd, kwestie van hen niet al te zeer te verwarren met de Leliaarts, die stonden voor het herstel van de gevestigde – economische – waarde en de belangen dienden van de (Franse) koning. ‘Liebaard’ is eige juiste historische benaming van de ‘Vlaamse’ troepen die op het slagveld van 1302 in Kortrijk de confrontatie aangingen met ondermeer de Franse ruiterij. De Liebaards waren hoofdzakelijk Brugse, Gentse en Kortrijkse ambachtslieden, maar ook veel Zeeuwen en Henegouwers deden mee. De meeste rijke ‘Vlaamse’ handelaars en patriciërs stonden - tenminste qua houding ten aanzien van dit conflict - aan de kant van de Lelie.
Limburg maakte toen deel uit van het Prinsbisdom Luik en was niet of nauwelijks betrokken bij dit zogenaamde ‘Frans-Vlaamse’ middeleeuws dispuut.
(6) Het gehucht Lafelt maakt deel uit van de Riemstse deelgemeente Vlijtingen in het Zuid-Limburgse Haspengouw. Het gehucht telt geen 500 inwoners. Hier werd in 2 juli 1747 de Slag bij Lafelt uitgevochten. Lafelt volgde na de slag van Fontenoy (1745), die de Oostenrijkse Successieoorlog inluidde en toch belangrijke aanzetten gaf tot een herschikking van de Europese kaart.
Naar schatting 150.000 soldaten streden hier om het bezit van Maastricht. Daardoor wordt de slag ook regelmatig de Slag om Maastricht genoemd. Hier sneuvelden – volgens bepaalde historici - ongeveer 16000 soldaten en meer dan 3000 paarden. Andere bronnen houden het op 5000 doden en meer dan 10.000 gewonden. De massagraven waarin de doden werden begraven zijn echter nooit gevonden.
Ik ken het gehucht omwille van zijn Ierse connectie en een vermoedelijke familieband met één van de belangrijkste getuigen van de dag na de veldslag. Ene Winand Mengels noteerde hoe de plaatselijke bevolking de achtergebleven gewonden vermoordde om ze nadien te beroven van hun kleren en bezittingen. Zij die geluk hadden belandden in de plaatselijke kerken, die dienst deden als hospitaal.
(7) Antwerpen behoort vanuit historisch perspectief tot de Brabantse gouw, net als de Nederlandse provincie Noord-Brabant trouwens én - god behoede ons - Waals-Brabant. Brabant leverde, net als het Prinsbisdom Luik, geen enkele bijdrage aan die ‘Vlaamse’ overwinning in 1302. (Zie de capriolen van Arnorld V van Loon en zijn vriend Jan II van Brabant) Ze kregen evenmin af te rekenen met de talrijke represailles waarmee het opstandige graafschap Vlaanderen achteraf werd geconfronteerd.
(8) Volgens de latinisten die ik ken - en die ik wél vertrouw - moet Bart Dewever zijn Latijnse citaten dringend oppoetsen. Ik kan er niet over oordelen. Mijn Latijn beperkt zich tot terminologie die hier niks ter zake doet.
- login om te reageren








