Open brief aan Bouwmaatschappij “Eigen haard is goud waard”

19/02/2011
Geachte dames en heren,

Ik schrijf deze open brief na de eerste vergadering mét bewoners over de toestand in Wijk Ten Bulke. Die wijk is u wel bekend, mag ik hopen. Ik schrijf deze brief omdat ik er gisteren op vraag van enkele bewoners bij was en ik u daar niet heb gezien. Ik wil u graag vertellen dat veel andere diensten er wel waren. Het schepencollege was vertegenwoordigd door Martine Fournier. Als Schepen van Jeugd had ze Frederic van de jeugddienst mee, die de wijk intussen zeer goed kent. Verder was er de preventiedienst, het CAW, de politie en de milieudienst. Er was ook iemand van het OCMW. Zelfs de stadssecretaris was er, ook al had die absoluut een excuus om gisteravond forfait te geven.

U was er niet.

Ik heb er het raden naar waarom u er niet was. Er was ook geen verontschuldiging. Dat is niet netjes. Noch ten aanzien van de diensten die er wel waren en helemaal niet ten aanzien van de bewoners, die het hebben aangedurfd om op die uitnodiging in te gaan. Die uitnodiging was trouwens niet niks. Twee bladzijden vol tekst. Dat was even schrikken, zeker voor mensen die nooit eerder een uitnodiging hebben gekregen voor een overleg. Maar ze was er wel, de uitnodiging en u… u was er niet, maar dat weet u zelf ook wel.

Ik had u nochtans zoveel willen vragen. Bijvoorbeeld. Waarom de wijk er bij ligt zoals hij er bij ligt? En dan heb ik het niet eens over de huidige toestand: de onmiskenbare sluikstorten en de massa's zwerfafval, de tientallen kapotte bomen en struiken, de slechte toestand van de openbare stoepen, de aanhoudende rattenplaag, de zichtbare aftakeling van verschillende percelen… Allemaal uitingen van een groeiende "je m'en fous"-mentaliteit, die ook uw kenmerk is. Met andere woorden: u geeft geen reet om de mensen die er wonen. Zolang ze de huur betalen is het blijkbaar al lang goed. En als ze dat zelf niet kunnen, dan wordt dat wel met het OCMW geregeld.

Neen, ik wou het met u hebben over de infrastructuur. De indeling van de wijk, zeg maar. Ik weet dat die al tientallen jaren is zoals die is en toch verbaast net dàt me altijd opnieuw als ik er kom. Kan u me uitleggen hoe het komt dat een huizenrij op zo’n manier is ingeplant dat verschillende bewoners hun huis niet eens op een comfortabele manier kunnen bereiken of verlaten via de voordeur? Kan u me vertellen hoe het komt dat een brandweerwagen niet tot in de kern van de wijk kan geraken om er een brandende auto te gaan blussen? Ik herinner me enkele jaren geleden een jeugdhuis dat voor minder inbreuken op de voorschriften inzake brandbeveiliging onmiddellijk is gesloten. Ik zou graag weten wie die plannen voor de inrichting van de wijk ooit heeft uitgetekend? Wie ze heeft goedgekeurd? Of is de uitvoering niet helemaal verlopen zoals gepland? En welk gevolg hebt u daaraan gegeven? Is die uitvoering wel opgevolgd? Hebt u stappen ondernomen om één en ander te corrigeren of heeft u achteraf gezegd “’t Zal zo ook wel gaan, zeker” en is voor u sindsdien daarmee de kous af? In Ten Bulcke – en dat is u hopelijk wel bekend – proberen uw huurders alle dagen hun leven te leiden. Ze doen dat blijkbaar zonder de garantie dat – ik wens het echt niemand toe – de hulpdiensten hun adres effectief kunnen vinden of hen thuis kunnen ontzetten. En u weet dat… of dat zou u moeten weten en om geen risico te lopen dat u het niet weet, schrijf ik het u. Want u was er niet. Ik heb het u dus niet kunnen vertellen.

Na bijna drie jaar kloppen op dezelfde nagel, was er gisteren eindelijk een overleg tussen de diensten - die ik eerder heb vermeld - en de bewoners. De inrichting van het speelpleintje stond op de agenda. Ik heb mij gepermitteerd om het gesprek meteen enigszins te verruimen. Ik hou ervan om enerzijds het perspectief te verbreden en op die manier tot de kern van het probleem te gaan. De speeltuigen of het gebrek eraan zijn mijn inziens - hoewel problematisch - niet de kern van het probleem.

Ik vond het jammer dat u er niet was. Het is zeer leerrijk geweest voor iedereen die er wel was. Al was het maar dat er zeer open is gepraat. Ik zag dat de schepen op een bepaald moment niet wist wat ze hoorde toen iemand het had over een boom die op een plan stond aangegeven om het plein te visualiseren. Die boom staat er niet meer. Hij is weg. Al verschillende weken. Waar hij naartoe is mag Joost weten. Weet u het? Weten de mensen van de groendienst het? Ik denk van niet. Bomen kunnen niet zomaar verdwijnen – dat weet ik wel – en toch doen ze dat in Ten Bulcke. Ze verdwijnen écht zonder dat ook maar iemand iets merkt.

Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat de politie niet zit te wachten op oproepen vanuit de wijk. “’t Zijn altijd klodden!” (1), is de courante reactie wanneer er weer eentje binnenkomt. Ik weet al jaren dat de politie niet graag in Ten Bulcke komt, en geloof me, dat is een deel van het probleem. Net als uw onverschilligheid.

Maar er zijn desondanks ook hoopvolle signalen. Het feit dat buurtbewoners durven komen naar zo'n overlegmoment betekent dat ze hun wijk niet zomaar opgeven. Ze willen er graag een leuke wijk van maken. Ze zijn wat onzeker over hoe dat kan maar... We hoorden ook over de relatie van de wijk met de buurtschool ’t Paradijs. Dat schept mogelijk perspectieven, al zou het nuttig zijn om wat dat betreft over iets meer gegevens te kunnen beschikken en daarvoor bent u dan weer bijzonder goed geplaatst.

Geachte dames en heren, alleen een geïntegreerde aanpak – dat schreef ik al heel lang geleden in het advies vanuit de milieuraad (2) – kan de leefbaarheid van de wijk opkrikken. Daarvoor is uw aanwezigheid in de toekomst een absolute ‘must’. De afspraak is dat we nà Pasen nog eens iedereen bijeenroepen om de discussie verder te zetten.

Geachte dames en heren, de bewoners van Ten Bulcke rekenen op u. U bent – of u dat leuk vindt of niet - een belangrijke partner in deze. Ik hoop dat u zich nà Pasen vrij kan maken. Ik beloof u dat ik er ook zal zijn. Mét of zonder uitnodiging.

Met de meeste hoogachting,

Philippe Mingels op 09/02/2011